Handelingen van de
Koninklijke commissie voor

Bulletin de la
Commission Royale de

TOPONYMIE & DIALECTOLOGIE

Jaarverslag
2009



De Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie vervult haar wetenschappelijke opdracht onder de hoge bescherming van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique. Het wetenschappelijke doel van de Commissie is de studie van de onomastiek (toponymie en antroponymie) en de dialectologie, vooral in België en zowel op Germaans als op Romaans gebied. Daartoe geeft ze wetenschappelijke studies (Handelingen, Werken, Overdrukken) over deze disciplines uit. De Commissie is eveneens een wetenschappelijk adviesorgaan waarop de overheid regelmatig een beroep doet.

Statutaire vergaderingen

De statutaire vergaderingen hebben plaatsgehad in de lokaliteiten van het Paleis der Academiën in Brussel (Hertogsstraat 1), op 26 januari, 25 mei en 26 oktober 2009. Er werden zes sectiever­gaderingen gehouden (in elk van de twee secties telkens op 26 januari, 25 mei en 26 oktober 2009), een plenaire vergadering (op 26 januari 2009) en een (gemeenschappelijke) bestuursverga­dering op 25 mei en 26 oktober 2009.

Buitengewone vergadering

Een buitengewone vergadering van leden van de Vlaamse afdeling had – eveneens het Paleis der Academiën in Brussel – plaats op 18 maart 2009. De bijeenkomst was een redactievergadering ter voorbereiding van het Verklarend woordenboek van de Vlaamse gemeentenamen (Vlaams en Hoofdstedelijk Gewest Brussel).

Lezingen gehouden op de plenaire vergadering

Bernard Roobaert: La langue des différents intervenants du Doyenné de Hal à la fin du XVIIIe siècle.

Jozef Van Loon: De Vita Sancti Landoaldi (anno 980) als onomastische, prosopografische en historische bron.

De feiten die verhaald worden in de Vita Sancti Landoaldi, worden nadat Oswald Holder-Egger in 1888 een vernietigend oordeel over de vita had uitgesproken, sedertdien door alle mediëvisten beschouwd als leugenachtige verzinsels van de priester Sarabertus uit Wintershoven, die ze in 980 aan de schrijver van de vita, de beroemde scholaster Heriger, had meegedeeld. Een kritische analyse van de vita, die naar het origineel van Heriger pas in 1950 voor het eerst werd uitgegeven, toont echter aan dat de meegedeelde gegevens betrouwbaarder zijn dan tot dusver is aangenomen en dat ze een totaal nieuw licht werpen op de vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Wintershoven en van het Bisdom Luik. Bij de analyse spelen de namen van de in de vita genoemde personen een cruciale rol. Ze tonen onder meer aan dat omstreeks het midden van de 7e eeuw Zuid-Romaanse zendelingen de Heiligen Amandus en Lambertus bij hun bekeringswerk moeten hebben bijgestaan en dat St.-Bavo uit westelijk Haspengouw afkomstig was. De Vita Landoaldi vermeldt voorts een aantal van elders onbekende feiten die verrassend goed andere bronnen uit die tijd aanvullen, zoals de Vita Amandi, de Vita Landiberti en de Gesta van de bisschoppen van Luik. Een analyse van de tekstopbouw van de vita laat ten slotte zien dat Notker en Heriger niet zelf het initiatief tot het schrijven van de vita hebben genomen maar dat slechts aarzelend hebben gedaan, gevolg gevend aan hogere politieke belangen.

Lezingen gehouden in de Vlaamse afdeling

Ward Van Osta: Een mislukt boek: Andouerpis Antwerpen van A. Michiels

Collega Van Osta brengt verslag uit over zijn kritische lezing van het in eigen beheer uitgegeven boek van A. Michiels waarin voor de verklaring van de naam Antwerpen en een aantal andere plaatsnamen een geforceerde “Keltische” verklaring wordt gegeven tegen de gangbare verklaring in van de “Germanisten”. De integrale tekst van de lezing is verschenen in de Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie LXXXI (2009) 299-348.

Vic Mennen: Veen in Lommel. Een landschappelijke, historische en naamkundige benadering

Een schets van het Lommelse landschap omstreeks 1800 en andere bronnen laten ons zien dat veen een belangrijke bron van inkomsten was in de streek en meteen ook een twistappel tussen Lommel en de naburige dorpen. De belangrijkste veengebieden in Lommel worden onder de loep genomen. Hierbij meteen worden de verschillende lexemen die voor ‘veen’ gebruikt kunnen nagegaan in de verschillende plaatsnamen in Lommel en omgeving. De integrale tekst van de lezing is verschenen in de Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie LXXXI (2009) 169-213.

José Cajot: Vlaanderens omgangstaal – Naar eigen Vlaamse normen

In het zogenaamde taalovernamescenario dat vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw gold, leerden de Vlamingen geen Nederlands door direct contact met Nederland, maar een daarvan afgeleid model dat hun door Vlaamse taalgeleerden werd aangeboden en aangeprezen. Dit vernederlandsings- en standaardiseringsproces is, wat het formele schriftelijke taalgebruikvan Vlaanderen betreft, geslaagd te noemen. De uitbouw van de gesproken taal laat echter op zich wachten. Een gesproken norm voor formeel gebruik is sinds de dertiger jaren van de twintigste eeuw geconcretiseerd in het Journaalnederlands; deze Belgische (of Vlaamse) variëteit van het Nederlands onderhoudt een band met de beschaafde standaard van Nederland. In zijn mondeling taalgebruik bereikt de modale Vlaming dit ideaal slechts in gelezen of voorbereide tekstsoorten. Het Journaalnederlands is te gebrekkig geëlaboreerd om alledaagse domeinen aan te kunnen die tot voor enkele decennia in Vlaanderen door de dialecten bezet waren, en in vele andere (taal)gebieden door omgangstalige varianten van de standaardtaal verwerkt worden. Binnen Vlaanderen voltrekt zich sinds een halve eeuw een autonome informele taalstandaardisering. De toename van de mobiliteit en van de mondelinge communicatie versnelde de behoefte aan een bovenregionale spreektaal. Omdat direct contact met de Noord-Nederlandse taalnorm erg bescheiden is, maar het Vlaamse identiteitsbesef tegenover de Nederlanders sterk ontwikkeld, conformeren de Vlamingen hun taalgebruik hoofdzakelijk aan elkaar – met inachtneming van bepaalde socio-economische dominanties die er binnen Vlaanderen bestaan. Dit (sub)standaardiseringsproces is weliswaar nog niet voltooid, maar het voorlopige eindprodukt verovert niet alleen mediale domeinen die voorheen door hogere registers bezet waren, maar ook al sommige geschreven tekstsoorten.

Hugo Ryckeboer: Verslag over de voortgang in 2009 van het Verklarend Woordenboek van de Vlaamse Gemeentenamen

In het eerste halfjaar van 2009 is door de eindredacteur H.Ryckeboer de inleiding bijgewerkt na commentaren en suggesties van de collega-auteurs. De fonetische transcriptie van de respectieve dialectale uitspraak van de gemeentenamen is verder verzameld met behulp van de collega-auteurs en van de commissieleden J. Cajot, J. Goosssens, J. Van Keymeulen, W. Van Langendonck, J. Van Loon en J.Taeldeman (erelid). De fonetische documentatie is door H. Ryckeboer in de provinciale bestanden ingevoerd. Voor de lijst van technische termen is door J. Cajot een ontwerp voorgesteld. Die lijst is door H. Ryckeboer op het al of niet voorkomen in de tekst gecontroleeerd. Dat gaf onder meer aanleiding tot het schrappen van heel wat taalkundig jargon en omschrijving ervan ten behoeve van de leek. De definitieve lijst is opgesteld in overleg tussen J. Cajot en H. Ryckeboer en gereduceerd tot 71 items. De bibliografie en lijst van redactionele afkortingen is bijgewerkt door P. Kempeneers Nadat de provinciale bestanden door de auteurs nauwgezet werden nagelezen, zijn die eind juni 2009 samengevoegd tot één alfabetisch corpus. Vanaf juli beschikten de diverse auteurs over deze geïntegreerde tekst en konden zij de formulering van de rubrieken verder harmoniseren. Op de vergadering van 26 oktober 2009 is echter besloten om de tekstbewerking uiterlijk tegen eind februari 2010 af te ronden en de eindtekst te redigeren tegen eind maart 2010. Er is intussen contact opgenomen met de uitgeverijen UGA (Kortrijk) en Davidsfonds (Leuven) en hun verzocht om ontwerp van auteurscontract voor te stellen. Hierover zal op een redactievergadering begin maart 2010 een beslissing genomen worden. Het boek zal met inbegrip van inleiding en bibliografie, afhankelijk van de opmaak, ongeveer 350 blz. tellen en een 1230 Vlaamse gemeentenamen etymologisch verklaren.

Beraadslaging in het (gemeenschappelijk) bestuur en in de plenaire vergadering

Een eigen website De beide secties zijn het eens over de noodzaak hun eigen website voortdurend te actualiseren (www.toponymie-dialectologie.be). Het resultaat moet de wetenschappelijke resp. adviserende werkzaamheden van de Commissie en de individuele wetenschappelijke activiteiten, publicaties en internationale contacten van haar leden reflecteren. De leden zijn verzocht regelmatig hun actualiseringsvoorstellen bij de webmaster in te dienen.

Een externe redactieraad Het (gemeenschappelijk) bestuur van de Commissie voor Toponymie & Dialectologie en haar twee secties hebben besloten voor het tijdschrift van de vereniging (Handelingen / Bulletin) een (gemeenschappelijke) redactieraad (Fr.: ‘comité de lecture’) op te richten. Deze zal bestaan uit een aantal buitenlandse leden, ‘peer reviewers’, experts in de diverse wetenschapsdisciplines die in de publicaties van de commissieleden beoefend worden. De externe redactieraad zal samen met het eigen redactieteam (het hoofdbestuur van de Commissie) het uitmuntende wetenschappelijke gehalte van het tijdschrift bewaken; beide staan op deze wijze garant voor een hoge internationaal geldende bibliometrische ranking.

Lezingen gehouden in de Waalse afdeling

In de Waalse afdeling werden drie lezingen gehouden.

Ledenbestand

Het bestuur van de Vlaamse afdeling heeft op zijn vergadering van 26 januari 2009 de heer Bram Vannieuwenhuyze als nieuw lid van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie voorgedragen. De Waalse afdeling ging dezelfde dag in op de aanvraag van Jean-Jacques Gaziaux om tot het erelidmaatschap toe te treden; hij werd op de vergadering van 26 oktober 2009 opgevolgd door Esther Baiwir.

Publicaties

De Handelingen LXXXI (2009) telden 348 bladzijden. Ze werden geruild met een aantal tijdschriften en weten­schappelijke instellin­gen (zie lijst). De door aankoop of ruil verkregen werken zijn in onze bibliotheek (Paleis der Academiën, Hertogsstraat 1 te Brussel) gedeponeerd. Zestig exemplaren werden de wetenschappelijke centra van de Belgische universiteiten ten behoeve van onderzoekers en studenten. ter be­schikking gesteld. De studie Het Toponymisch Woordenboek van dr. M. Gysseling. Aanvullingen en verbeteringen uit de nalatenschap van erelid Luc Van Durme verscheen als (aparte) Overdruk 13 van de Vlaamse afdeling van de KCTD en vormt met Maurits Gysselings Toponymisch Woordenboek. Receptie, aanvullingen en correcties (Werk 26 van de Vlaamse afdeling van de KCTD) van Jozef Van Loon een onontbeerlijke aanvulling voor elk gebruiker van ‘Gysseling’.

Advisering

Inzake straatnaamgeving werd de Commissie in 2007 door talrijke Brusselse, Waalse en Duitstalige gemeenten geraad­pleegd. Ook de Vlaamse afdeling ontving talrijke aanvragen uit Vlaanderen en Brussel.

Gedurende het jaar 2009 heeft het Nationaal Geografisch Instituut, Abdij ter Kameren 13, 1000 Brussel, een beroep gedaan op Willy Van Langendonck (K.U. Leuven, Instituut voor Naamkunde en Dialectologie, Blijde-Inkomststraat 21, kamer 3308, 3000 Leuven) voor advies over schrijfwijze en vorm van 50 toponiemen uit de volgende (deel)gemeenten (kaartblad 29/2,3,6,7,8): Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Maarkedal, Oudenaarde, Ronse, Waregem, Wielsbeke, Wortegem-Petegem. In de loop van het voorbije jaar heeft het gemeentebestuur van Lommel driemaal een beroep op Vic Mennen gedaan voor advies in verband met de benoeming van 3 straten en pleinen. Ward Van Osta heeft drie adviezen uitgebracht voor het geven van een nieuwe straatnaam in Brasschaat; ze zijn telkens door het gemeentebestuur gevolgd. Paul Kempeneneers heeft in Tienen, Aarschot en omgeving diverse malen advies verstrekt bij de naamgeving aan nieuwe verkavelingen of de herbenoeming van straten

Internationale contacten

José Cajot woonde in Jena / Weimar van 3 tot 8 augustus 2010 de XIV. Internationaler Tagung der Deutschlehrer und Deutschlehrerinnnen bij en nam op 2 en 9 augustus als stemgerechtigd nationaal vertegenwoordiger deel aan de bestuursvergaderingen van de Internationaler Deutschlehrerverband. Op het Symposium Standaardtalen in beweging. Standaardisatie en destandaardisatie in Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika (Universiteit Leiden 19-21 augustus 2009) hield hij de lezing: “Waartussen staat de Vlaamse tussentaal in het standaardiseringproces van Vlaanderen?” Hij nam deel aan het FWO-Taal &Tongvalcolloquium Linguïstische en extralinguïstische factoren in regiolectvorming (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Gent, 20 november 2009); tevens aan het 35e congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde dat op 21 november 2009 in Margraten-Mheer (Nederland) plaatsvond onder de titel “Dialecten, namen en geschiedenis in het Zuid-Limburgse Mergelland”. Op 11 december 2009 was hij aanwezig op het symposium Honderd jaar prof. dr. Weijnen – met het oog op de toekomst van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Frans Debrabandere hield op 24 april 2009 de lezing “Brabantse versus Vlaamse familienamen” in 's-Hertogenbosch voor de Workshop Naamkunde van het Brabants Historisch Informatiecentrum aldaar. Op 6 juni ontving hij in Leiden de Kruiskampprijs voor zijn “Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek”. Het vierde en laatste deel van het “Etymologisch Woordenboek van het Nederlands”, waarvan Fr. Debrabandere medehoofdredacteur is, werd op 26 november in Amsterdam en op 10 december 2009 in Gent gepresenteerd. Hij hield in de Koninklijke Academie de slottoespraak en bood aan Joke Schauvliege, Vlaams minister van cultuur, de vier delen van het woordenboek aan.

Jan Goossens gaf op 25 mei 2009 in het kader van een “Ringvorlesung” over de Leipzigse Germanistiek naar aanleiding van het 600-jarig bestaan van de universiteit een voordracht over “Die Leipziger Niederlandistik”.Op het H. van Veldeke-colloquium van Musica, Impulscentrum voor Muziek i.s.m. de Alamira Foundation en de afdeling Musicologie van de K.U. Leuven hield hij op 9 juni de lezing: “Heinrich von Veldeke, Leben und Werk”. Hij nam aan het 35e Congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde op 21 november 2009 te Margraten/Mheer deel met de voordracht “Het Maastrichts als doodgraver van de Zuidlimburgse dialecten”. Op 11 december 2009 sprak hij te Ravenstein op het symposium Honderd jaar prof. dr. Weijnen – met het oog op de toekomst van de Radboud Universiteit Nijmegen: over “De bijdrage van Weijnen aan de Nederlandse dialectologie”.

Paul Kempeneers gaf op 28 augustus 2009 een powerpoint-presentatie van zijn boek “Aarschot. Plaatsnamen en hun geschiedenis” in het Cultuurcentrum Het Gasthuis te Aarschot.

Hugo Ryckeboer en Roxane Vandenberghe namen deel aan het FWO-Taal & Tongvalcolloquium Linguïstische en extralinguïstische factoren in regiolectvorming (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Gent, 20 november 2009). Op het het symposium Geodata en erfgoed van FARO, Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed vzw., hield R. Vandenberghe op 4 december 2009 samen met Veronique De Tier de lezing “Dialectwoorden op de kaart”.

Jacques Van Keymeulen hield op de 10de Nederlandse Dialectendag (Hoogeveen, 28 maart 2009) de lezing : “De digitalisering van de amateurlexicigrafie” en op 25 april 2009 tijdens het Colloquium van de Weik van het Brussels aan de Vrije Universiteit Brussel refereerde hij onder de titel “Diminutieven in het Nederlands en de Nederlandse dialecten”. Te Moskou was hij op 16 januari 2009 aanwezig op de openingsceremonie van het Benelux-centrum van de RGGU met de voordracht: “Languages and cultures in the Benelux”. Op de Vierde Internationale Streektaalconferentie (Brussel, 12 juni 2009) sprak hij over “Taal en standaardisering”. Op het Symposium Standaardtalen in beweging. Standaardisatie en destandaardisatie in Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika (Universiteit Leiden 19-21 augustus 2009) hield hij de lezing: “Vlaams en Afrikaans: parallellen en verschillen”. Tijdens de Lexikografiewerkswinkel Stellenlex te Stellenbosch (Zuid-Afrika),hield hij 9 november 2009de lezing: “Spreektaal en omgangstaal in woordenboeken”. Tussen 11 en 18 april 2009 gaf hij te Wroclaw (Polen), vier gastcolleges over de Nederlandse taal en de geschiedenis van de Lage Landen.

Willy Van Langendonck nam deel aan de Meeting of the American Name Society in San Francisco (7-11 januari 2009) met de lezing “Comparison of the Uzbek and the Western European anthroponymic system”. Hij woonde in Zuid-Afrika het Fifteenth Names Congress (NSA) bij aan de universiteit van Kwazulu-Natal, Howard College Campus, Durban (7-10 juli 2010) en refereerde er over “Morphosyntactic criteria in the definition of proper names in African languages”.

Bram Vannieuwenhuyze hield in 2009 de volgende voordrachten: “Zennesteden op de kaart. Een analyse van de stadsplannen van Brussel, Halle en Vilvoorde van Jacob van Deventer” in de voordrachtenreeks van het Centrum voor Brabantse Geschiedenis (Brussel, 21 november 2009); “Les tours urbaines: particularité du Moyen Âge, tabou de la Renaissance?” op het colloquium Monde(s) en mouvement : mutations et innovations en Europe à la fin du Moyen Âge et au début de la Renaissance (Limoges, 8-10 oktober); “Brussel en Halle. Laatmiddeleeuwse steden in woord en beeld” op de uitreiking van de Provinciale prijs voor het historisch onderzoek in 2008 (Halle, 11 juni); “L’histoire des origines de Bruxelles. Est-elle née au Moyen-Âge?” op het colloquium Ab urbe condita. Fonder et refonder la ville : récits et représentations (de la fin du moyen âge au début du XVIè siècle (Pau, 14-16 mei); “Middeleeuws Brussel : op zoek naar een verdwenen ruimte” op de Lente van de Geschiedenis. Nieuwe inzichten in de geschiedenis van Brussel (Brussel, 6 mei); “Middeleeuwse stedelijke toponymie, spiegel van de stadsontwikkeling” op de Workshop Naamkunde van het Brabants Historisch Informatiecentrum (‘s-Hertogenbosch, 24 april); [met Hans Vandecandelaere] “Geschiedenis in de stad, de stad in de geschiedenis. Middeleeuwse marathontours in Brussel” op de workshop Middeleeuwen en publiek (Gent, 13 maart); “Evolutions in the commercial Topography of medieval and early modern Brussels” op de Fourth Flemish-Dutch Conference. Economic and Social History of the Low Countries before 1850 (Leiden, 29-30 januari).