Handelingen van de
Koninklijke commissie voor

Bulletin de la
Commission Royale de

TOPONYMIE & DIALECTOLOGIE

Jaarverslag
2011



Mijnheer de Minister,


De Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie vervult haar wetenschappelijke opdracht onder de hoge bescherming van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten en de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique.

Het wetenschapsdomein van de Commissie is de studie van de onomastiek (toponymie en antroponymie) en de dialectologie, vooral in België en zowel op Germaans als op Romaans gebied. Daartoe geeft ze wetenschappelijke studies (Handelingen, Werken, Overdrukken) over deze disciplines uit. De Commissie is eveneens een wetenschappelijk adviesorgaan waarop de overheid regelmatig een beroep doet.

Statutaire vergaderingen

De statutaire vergaderingen hebben plaatsgehad in de lokaliteiten van het Paleis der Academiën in Brussel (Hertogsstraat 1), op 31 januari, 30 mei en 24 oktober 2011. Er werden zes sectievergaderingen gehouden (in elk van de twee secties telkens op 31 januari, 30 mei en 24 oktober 2011), een plenaire vergadering (op 31 januari 2011) en een (gemeenschappelijke) bestuursvergadering op 30 mei en 24 oktober 2011.

Lezingen gehouden op de plenaire vergadering

Etienne RENARD, Présentation de la base de données du ‘Thesaurus diplomaticus (Brepols)’

Paul KEMPENEERS, Toponymie van Langdorp

Aan de hand van 18 transparanten toonde Paul Kempeneers hoe hij tewerk gaat bij het schrijven van een toponymisch werk. In hoofdzaak houdt hij zich bezig met de gemeenten in het Hageland, van Tienen tot Landen, Zoutleeuw en Aarschot. In totaal behandelde hij reeds 21 gemeenten.
Uiteraard begint het voorbereidend werk met een zoektocht in het archief naar voldoende gegevens. De attestaties, alfabetisch gerangschikt en voorzien van een summiere commentaar, zijn in vroegere werken gebruikelijk als eindresultaat. Zulke lijsten zijn voor de gewone lezer weinig aantrekkelijk. Daarom keert Kempeneers de zaken om. De alfabetische lijsten vormen slechts de basis. Hieruit distilleert hij een leesbaar boek door de gegevens om te zetten in een synthese, die bestaat uit een groepering in rubrieken zoals de ligging van de gemeente, de nederzettingsnamen, hoogten en laagten, de waterlopen, bossen, gras en akkerland, gebouwen en wegen.
Om de meeste toponiemen te kunnen lokaliseren, stelt Kempeneers eerst een ‘historische atlas’ samen, die bestaat uit een thesaurus en een atlas. In de thesaurus vinden we een opsomming van de kadasternummers per sectie, aangevuld met de oppervlakte, de aard van de bodem en de eigenaars in een bepaalde periode. Nuttige inlichtingen vindt men dikwijls in de leggers bij de Popp-kaarten en de Atlas der Buurtwegen. Deze gegevens worden verder aangevuld aan de hand van historische, soms zelfs cartografische documenten. Voor een goede plattegrond vertrekt Kempeneers meestal van de prekadastrale kaarten uit de Hollandse periode. Voor Brabant worden deze bewaard in de Financietoren in Brussel. Leden van de KCTD genieten van het gunsttarief bij de aankoop van deze kaarten.
Sommige vaste waarden worden ingekleurd. Zo bezaten de Armentafels eeuwenlang een aantal percelen die de lokalisering van toponiemen vergemakkelijken. Een gereconstrueerde kaart is soms nuttig voor de archeologie, zoals blijkt uit de lokalisering van de kerk van Weerde in Aarschot (2006), het verdwenen kasteel van Neerbutsel (Boutersem, 2009) en het nog op te graven kasteel van Wezemaal. De historische atlas bewees ook zijn nut bij het lokaliseren van oude huisnamen, zoals de Bruine Baard, het Schuttershuis en het Papegaaiken in Langdorp.

Lezingen gehouden in de Vlaamse afdeling

Ann MARYNISSEN, Oost-Nederlandse familienamen

Familienamen zijn zowel lexicaal als grammaticaal gemotiveerd.
De lexicale motivering betreft de inhoud van de naam: welk naamgevingsmotief ligt ten grondslag aan het ontstaan van de naam? Traditioneel worden er vijf lexicale motiefgroepen onderscheiden: afstammingsnamen (bv. Janssens), beroepsnamen (bv. Bakker), eigenschapsnamen (bv. De Groot), woonplaatsnamen (bv. Van den Berghe) en herkomstnamen (bv. Van Keulen).
Er zijn aanzienlijke regionale verschillen tussen de productiviteit van de vijf lexicale motieven. In het noordoosten van het taalgebied (de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en het oosten van Gelderland) vormen woonplaatsnamen en beroepsnamen de frequentste motiefgroepen. Afstammingsnamen, eigenschapsnamen en herkomstnamen zijn er minder frequent.
De grammaticale motivering van familienamen betreft de vorm van de naam: spelling, klankvorm, morfosyntactische opbouw. Het aantal morfosyntactische mogelijkheden om van een soortnaam een familienaam te vormen, is beperkt. Ten eerste wordt een bepaalde casus uitgedrukt: nominatief (bv. Bakker), genitief (bv. Beckers) of lokatief (bv. Van Daele). Ten tweede konden door middel van woordvormingsprocédés afleidingen, samenstellingen en woordgroepen ontstaan. Ook hier zijn er drie mogelijkheden: voorvoeging van een lidwoord, voorvoeging van een voorzetsel en eventueel een lidwoord, of achtervoeging van een suffix (bv. De Backer, Van der Linden, Molemans, Broeckaert). De grammaticale motivering overstijgt de lexicale motiefgroepen: de verschillende morfosyntactische patronen worden in alle motiefgroepen aangetroffen en hebben een vergelijkbare geografische verspreiding.
De Oost-Nederlandse familienamen worden gekenmerkt door het optreden van een aantal specifieke suffixen, die in de meeste motiefgroepen voorkomen: a, -ena, -sma, -ma, -sema, -ema, -stra, -inga, -ing, -ink (bv. Jilderda, Frankena, Reitsma, Poelma, Geertsema, Broekema, Wierstra, Hovinga, Bekkering, Eppink). Daarnaast worden tal van woonplaatsnamen er met het voorzetsel te, eventueel versmolten met het verbogen lidwoord (ten/ter), gevormd, (bv. Te Brinke, Ten Hove, Ter Beke). Ten slotte verschillen de Oost-Nederlandse familienamen van namen elders in het taalgebied door een aantal lexicale bijzonderheden: het gebruik van groot/klein resp. oud/nieuw + (boerderij)naam (bv. Groot Wassink/Klein Wassink, Olthof/Nijhof), de vorming van samenstellingen met -huis en -kamp (bv. Veldkamp, Oosterhuis).
De verspreiding van de bovenvermelde Oost-Nederlandse familienaamtypes wordt aan de hand van een aantal familienaamkaarten geïllustreerd.

Roxane VANDENBERGHE, De morfologie van de Nederlandse logische voegwoorden in historisch perspectief

De logische voegwoorden in het Nederlands, bv. toen, omdat, eer(dat) en terwijl, vormen morfologisch een tamelijk heterogene woordcategorie en vertonen nogal wat vormvariatie, die op het eerste gezicht willekeurig is, vooral met betrekking tot de aanwezigheid van het element DAT. Uit historisch (corpus)onderzoek blijkt dat we de morfologische heterogeniteit van de Nederlandse voegwoorden grotendeels kunnen verklaren door hun diverse oorsprong: bijna geen enkele van de voegwoorden is “authentiek”, maar ze zijn zowat alle gegrammaticaliseerd uit (combinaties van) bestaande woorden, zoals bijwoorden, voorzetsels, voornaamwoorden, werkwoorden en substantieven. De voegwoorden kunnen bovendien op basis van hun diachrone morfologie, d.i. de manier waarop ze historisch gevormd zijn, ingedeeld worden in verschillende categorieën. Zo is ongeveer een derde van de huidige voegwoorden het resultaat van de combinatie van een bestaand(e) woord of constituent met het voegwoord DAT, van het type indien (dat), doordat, omdat, tenzij,… En het zijn alleen die voegwoordtypes die in het huidige Standaardnederlands nog DAT bij zich verdragen.

Jan GOOSSENS, De problematiek Nederlands-Duits in de late middeleeuwen

Voor het begin van de opsplitsing van het Continentale West-Germaans in een Duits en een Nederlands sprekend gebied in de 16de eeuw waren er hier geleidelijke overgangen in de dialecten. Die werden door de contemporaine schrijftalen min of meer duidelijk weerspiegeld en vinden hun voortzetting in de moderne dialecten. Wel zijn in deze overgangen concentraties van tegenstellingen herkenbaar, die het mogelijk maken een indeling door te voeren. In het gebied tussen de zuidelijke Noordzeekust en de Main kan men zo een Vlaams, een Brabants, een Limburgs-Rijnmaaslands, een Ripuarisch, een Moezelfrankisch en een Rijnfrankisch dialect- en schrijftaalgebied onderscheiden. Ten noorden daarvan zijn in het gebied tussen Holland en het Oost-Nederduits de concentraties van tegenstellingen minder duidelijk. Hier kan men van west naar oost het Hollands-Utrechts (traditioneel Nederfrankisch genoemd) en de taal van het gebied ten oosten van de IJssel (traditioneel: Nedersaksisch) met zijn driedeling Westfaals – Noordnedersaksisch – Oostfaals onderscheiden.

Lezingen gehouden in de Waalse afdeling

In de Waalse afdeling werden vier lezingen gehouden.

Een eigen website

De leden zijn het eens over de noodzaak hun eigen website voortdurend te actualiseren (www.toponymie-dialectologie.be). Het resultaat moet de wetenschappelijke resp. adviserende werkzaamheden van de Commissie en de individuele wetenschappelijke activiteiten, publicaties en internationale contacten van haar leden reflecteren. De leden zijn verzocht regelmatig hun actualiseringsvoorstellen bij de webmaster in te dienen.
Van de website wordt ook gebruik gemaakt om de klassieke publicaties van de Commissie aan te vullen. Zo verwijzen links in veel gevallen naar (anderstalige) samenvattingen van bijdragen of naar moeilijk publiceerbare toponymische kaarten.

Een redactieraad

De leden van de beide secties van de Commissie voor Toponymie & Dialectologie hebben voor het tijdschrift van de vereniging (Handelingen / Bulletin) een (gemeenschappelijke) redactieraad (Fr.: ‘comité de lecture’) opgericht. Dit externe wetenschappelijke comité bestaat uit de volgende elf buitenlandse leden: Eva BUCHI, Jean-Pierre CHAMBON, Georg CORNELISSEN, A.C.M. GOEMAN, Ludger KREMER, Wulf MÜLLER, Bertie NEETHLING, Hermann NIEBAUM, Damaris NÜBLING, Jean-Louis VAXELAIRE en Stefan ZIMMER. Deze ‘peer reviewers’, experts in de diverse wetenschapsdisciplines die in de publicaties van de commissie beoefend worden, zullen samen met het eigen redactieteam (de leden van de Commissie) het uitmuntende wetenschappelijke gehalte van het tijdschrift bewaken en garant staan voor een hoge internationaal geldende bibliometrische ranking.

Lezingen gehouden in de Waalse afdeling

Marie-Guy BOUTIER, Cerquemanage. Histoire d’un terme juridique du français septentrional
Esther BAIWIR, L’Atlas linguistique de la Wallonie. Un nouveau volume et quelques perspectives
Jean LOICQ, Naast, Quenast et le nom de la rivière Quenaste.
Bernard ROOBAERT, La dénomination de fortifications romaines en castra pendant l’Antiquité.

Bestuur en ledenbestand

Door de toetreding van Hugo RYCKEBOER tot het erelidmaatschap van de Commissie is in de Vlaamse afdeling de functie van secretaris vacant geworden. Victor MENNEN werd door zijn collega’s bereid gevonden om hem op te volgen.

Het bestuur van de Vlaamse afdeling ging op zijn vergadering van 31 januari 2011 in op het verzoek van Ward VAN OSTA en Hugo RYCKEBOER om erelid te worden. De Waalse afdeling ging dezelfde dag in op de aanvraag van Michel FRANCARD om eveneens tot het erelidmaatschap toe te treden. In de vervanging van deze verdienstelijke uittredende commissie zal zo snel mogelijk voorzien worden.

Publicaties

De Handelingen LXXXIII (2011) telden 313 bladzijden. Ze werden geruild met een aantal tijdschriften en wetenschappelijke instellingen. De door aankoop of ruil verkregen werken zijn in onze bibliotheek (Paleis der Academiën, Hertogsstraat 1 te Brussel) gedeponeerd. Veertig exemplaren werden aan de wetenschappelijke centra van de Belgische universiteiten ten behoeve van onderzoekers en studenten ter beschikking gesteld.

Meer dan 35 jaar na de publicatie van zijn Bibliographie toponymique des communes de Wallonie jusqu’en 1975 (i.s.m. Régine Toussaint) verscheen van Jean Germain, secretaris van de Waalse afdeling, in 2011 de volledig herziene en aangevulde uitgave Les études toponymiques et microtoponymiques en Wallonie. Bibliographie rétrospective als Mémoire 25 van de Waalse afdeling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie (262 p.).

Werk 28 van de Vlaamse Afdeling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie & Dialectologie, in 2010 in een uitgave van het Davidsfonds Leuven verschenen als: F. DEBRABANDERE, M. DEVOS, P. KEMPENEERS, V. MENNEN, H. RYCKEBOER, W. VAN OSTA i.s.m. de Vlaamse Afdeling van de KCTD, De Vlaamse gemeentenamen. Verklarend woordenboek. (331 p.), is als verkleinde paperbackuitgave (met ongewijzigde lay-out, tekst en pagina-aantal) in afspraak met het tijdschrift Knack in 10 000 exemplaren herdrukt.

Advisering

Inzake straatnaamgeving werd de Commissie in 2011 door diverse Brusselse, Waalse en Duitstalige gemeenten geraadpleegd. Ook de Vlaamse afdeling ontving talrijke aanvragen uit Vlaanderen en Brussel.
Het Nationaal Geografisch Instituut, Abdij ter Kameren 13, 1000 Brussel, heeft een beroep gedaan op Willy Van LANGENDONCK (KU Leuven, Instituut voor Naamkunde en Dialectologie, Blijde-Inkomststraat 21, kamer 3308, 3000 Leuven) voor advies inzake schrijfwijze en vorm van toponiemen uit diverse Vlaamse gemeenten.

Internationale contacten en samenwerkingsverbanden

José CAJOT, Jan GOOSSENS, Ronny KEULEN, en Vic MENNEN, leden van Vlaamse afdeling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie, verleenden hun organisatorische en inhoudelijke medewerking aan het 37e Nederlands-Vlaamse congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde onder de titel “Het dialect van Venray en omgeving, Limburg, Brabants of Pruisisch?” (NL-Venray, 26 november 2011).

José CAJOT vertegenwoordigde Belgë op de tweejaarlijkse statutaire vergadering van Der Internationale Germanisten- und Deutschlehrerverband te Winterthur en nam bij die gelegenheid tevens deel aan de workshops van dezelfde vereniging (Zwitserland, 1-6 augustus 2011).
Op 12 november gaf hij aan de Universiteit Leiden de voordracht De omgangstaal van Vlaanderen. Weg van het Nederlands?

Magda DEVOS nam op 28 oktober 2011 deel aan het colloquium “Digitale bouwstoffen voor de geschiedenis van het Nederlands” van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) te Gent. In de lokalen van diezelfde Academie was ze op 16 december aanwezig op het jaarlijkse internationale symposium van het tijdschrift Taal en Tongval, dit keer gewijd aan “Dialects in contact”.
Als lid van het dagelijks bestuur van de Werkgroep “Buitenlandse Aardrijkskundige namen in het Nederlands (BAN)” nam ze deel aan twee vergaderingen van deze werkgroep, beide gehouden in Roosendaal, resp. op 28 november en op 13 december.
Zij gaf diverse keren een voordracht onder de titel De regenboog van de Vlaamse dialecten. Op 19 juni hield ze in Ede (Zeeland) voor Oost- en Zeeuws-Vlaamse heemkundige kringen een lezing over Noordzeegermaanse kenmerken in de Vlaamse en Zeeuwse dialecten.
Ze gaf ook voordrachten over uiteenlopende naamkundige onderwerpen. Op 26 februari sprak ze te Roborst (Zwalm) ter gelegenheid van de voorstelling van het boek Toponymie van Sint-Goriks-Oudenhove (door Brecht Persoons) over Plaatsnamen in de Vlaamse Ardennen. Op 18 november gaf ze bij de onthulling van een recent herontdekte zeekaart in het stadhuis van Blankenberge een voordracht over Zeewoorden en de Blankenbergse zeekaart. Op 17 december sprak ze te Nevele op de presentatie van het boek van Jan Luyssaert over de oude plaatsnamen van Nevele in de reeks Meetjeslandse toponiemen tot 1600 de lezing De toponymie van Nevele en het naamkundige onderzoek in het Meetjesland.
Ze verzorgde ten slotte in de herfst van 2011 te Diksmuide een lessenreeks over dialectologie voor een publiek van geïnteresseerde leken. Organisatoren waren het Willemsfonds en het heemkundig genootschap Bacht’n de Kuupe.

Jan GOOSSENS heeft van 13 tot 16 juni 2011 aan het 124ste congres van de Verein für niederdeutsche Sprachforschung te Oldenburg met het thema “Grenzüberschreitungen” deelgenomen.
Op 9 december was hij gastspreker bij de voorstelling van het Lommels woordenboek (’t Lómmëls Diejalékt) met de lezing: Nut en onnut van de dialectstudie.

De studie van Paul KEMPENEERS, Toponymie van Langdorp, werd op 30 maart 2011 voorgesteld tijdens een academische zitting die door het gemeentebestuur en het Museum van Aarschot in het CC Het Gasthuis georganiseerd werd.

Ronny KEULEN gaf op 7 maart 2011 een maxipresentatie over zijn doctoraatsvoorbereiding aan de KU Leuven voor de leden van de Subfaculteit Taalkunde; de titel luidde: Klankgeografie en klankontwikkeling van de Limburgse dialecten.

Ann MARYNISSEN nam op 21-22 september 2011 deel aan het colloquium “Familiennamen zwischen Maas und Rhein. Etymologien, Sprachkontakt, Kartierung”, dat georganiseerd werd door de onderzoeksgroep van de “Luxemburgischer Familiennamenatlas” (Université de Luxembourg). Zij hield op dit congres een voordracht met als titel Familiennamen in Flandern und Wallonien: ein lexikalischer und grammatischer Vergleich.
Op 28 oktober 2011 verzorgde ze samen met Chris DEWULF een lezing over Laatmiddelnederlandse autografische egodocumenten: het ‘Dagboek van Gebeurtenissen’ door Christiaan Munters (1529-1545). De meervoudsvorming bij Munters. Deze wetenschappelijke bijdrage maakte deel uit van het colloquium “Digitale bouwstoffen van het Nederlands” (KANTL, Gent).

In 2011 hield Jacques VAN KEYMEULEN een lezing aan de Universiteit Helsinki tijdens het seminarie over “Prestige in Language and History. Explorations in 18th- and 19th-century Europe” met als titel Naming languages: an innocent activity?. Voorts was hij mede-organisator van een “Afrikaanse Somerskool” (Gent, 19-23 september 2011), waar hij ook een lezing verzorgde over: Afrikaans en Vlaams: fonologische parallellen.
Naast enkele populariserende voordrachten voor culturele kringen in Oudenaarde, Gent en Kanegem, hield hij ook drie lezingen in de aula van de Gentse universiteit in het kader van de reeks “Wetenschappelijke Nascholing”, meer bepaald onder de volgende titels: Dialectologie en dialecten in Vlaanderen, et ontstaan van de Nederlandse schrijftraditie en Het Afrikaans.

Op het 24ste Internationaal Congres voor Naamkunde (ICOS 24) te Barcelona hield Willy VAN LANGENDONCK de voordracht Do proper names have an etymological meaning? Op de “Nederlandse Dialectendag” (26 maart 2011) te Delft droeg hij een plenaire lezing voor met de titel Sprekend van aard. Bijnamen en karaktereigenschappen in streektalen.
De lezing Diachronic classification of bynames given by adults, and bynames given by young people is een lezing gehouden op het Internationaal Congres voor Naamkunde, te Baia Mare (Roemenië, 19-21 september) en, in een aangepaste versie ook te Kaunas (Litouwen, 10-11 november).

Jozef VAN LOON organiseerde met E. Van Houtte in de KANTL te Gent op 28 oktober het "Colloquium Digitale Bouwstoffen voor de Geschiedenis van het Nederlands". Hij sprak er tevens de volgende voordachten uit: Het digitale Toponymisch Woordenboek van M. Gysseling (met T. De Herdt) en Het Antroponymisch Woordenboek van de historische Nederlanden (tot 1225) (met W. Soudan). In hetzelfde jaar hield hij nog de volgende lezingen: Nederlands Esdoorn: Onomasiologie, dialectgeografie, etymologie (KANTL, 17.01.2011), Etymologie en landschapsgeschiedenis ("Kiliaanlezing", Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden, 28.05.2011) en Wat is een lo? (KANTL, 15.06.2011).

Bram VANNIEUWENHUYZE hield op 14 januari 2011 een lezing met als titel Het historische stadslandschap: tastbaar of virtueel? Enkele beschouwingen aan de hand van Brusselse en Leuvense voorbeelden op de workshop "Mediëvistiek en de Material Turn" te Gent.
Samen het Andy Ramandt gaf hij de voordracht Compass toponymy and space orientation in the Southern Low Countries from the Middle Ages until 1800 op het ICOS 24 (Barcelona, 5-9 september 2011).

Met de meeste hoogachting,

Brussel, eind december 2011

prof. dr. José CAJOT, algemeen secretaris

prof. dr. Martine WILLEMS, algemeen voorzitter